Johannes Paulus II:
"Internet: Een nieuw forum voor de verkondiging van het Evangelie"
Boodschap bij gelegenheid van de 36e Werelddag voor Sociale Communicatiemiddelen
(12 mei 2002; het thema is door de paus zelf gekozen)
Lieve broeders en zusters!
1. De Kerk zet in elk tijdperk de arbeid voort die op Pinksteren begon, toen de apostelen door de kracht van de Heilige
Geest het evangelie van Jezus Christus in veel verschillende talen verkondigden in de straten van Jeruzalem (vgl. Hand. 2,5-11). In de loop van de volgende eeuwen bereikte deze boodschap alle delen van de wereld, waarbij het christendom op vele
plaatsen werd aangenomen en de verschillende talen van de wereld leerde spreken, steeds overeenkomstig het gebod van
Christus, het evangelie aan alle volkeren te verkondigen (vgl. Mt. 28,19-20).
Maar de geschiedenis van de evangelisatie is niet slechts een kwestie van geografische uitbreiding, omdat de Kerk ook
talrijke culturele hindernissen moest overwinnen, waarbij voor elke hindernis nieuwe kracht en creativiteit voor de
verkondiging van het ene evangelie van Jezus Christus nodig was. Het tijdperk van de grote ontdekkingen, de renaissance
en de uitvinding van de boekdrukkunst, de industriële revolutie en het ontstaan van de moderne wereld: ook dit waren
beslissende ogenblikken, die nieuwe vormen van evangelisering vereisten. Omdat de revolutionaire ontwikkeling op het
gebied van communicatie en informatie in volle gang is, bevindt de Kerk zich onmiskenbaar opnieuw in een beslissende
fase. Op de "Werelddag voor Sociale Communicatiemiddelen" van dit jaar zouden wij daarom moeten nadenken over het
thema "Internet: Een nieuw forum voor de verkondiging van het Evangelie".
2. Het internet is ongetwijfeld een nieuw "Forum", gelijkend op de openbare plaats in het antieke Rome, waarop politiek en
handel werd bedreven, waar religieuze verplichtingen vervuld werden, waar zich het belangrijkste deel van het
maatschappelijk leven van de stad afspeelde en waar de beste en slechtste zijden van het menselijk wezen aan het daglicht
traden. Het Forum was een bevolkt, levendig stadsdeel, die zowel de omliggende cultuur weerspiegelde als ook een eigen
cultuur ontwikkelde. Dat geldt eveneens voor de Cyberspace, die aan het begin van dit nieuwe millennium een baanbrekend
nieuw terrein is. Zoals het nieuwe van andere tijden, is ook dit terrein gekenmerkt door een wisselend spel van gevaren en
veelbelovende vooruitzichten alsook van avontuursgeest, die ook andere grote tijden van omwenteling kenmerkte. De
nieuwe wereld van de Cyberspace spoort de Kerk aan tot het grote avontuur om zijn mogelijkheden te benutten voor de
verkondiging van de boodschap van het evangelie. Deze uitdaging staat in het middelpunt van de opdracht, die ons bij het
begin van het huidige millennium aanmoedigt om gevolg te geven aan het gebod van de Heer om "uit te varen": Duc in
altum! (Lc 5,4: "Vaar nu naar het diepe...")
3. De Kerk benadert dit nieuwe medium met zin voor realiteit en vol vertrouwen. Evenals andere communicatiemiddelen is
dit een middel en geen doel-in-zich. Het internet biedt uitstekende mogelijkheden om te evangeliseren, wanneer het
deskundig wordt ingezet, met heldere kennis omtrent zijn sterke en zwakke kanten. Vooral door zijn mogelijkheid om
informatie te verschaffen en interesse te wekken, effent het internet de weg naar een eerste ontmoeting met de christelijke
boodschap, vooral bij jonge mensen, die meer en meer naderen tot de wereld van Cyberspace als een venster op de wereld.
Daarom moet de christelijke gemeenschap naar praktische wegen zoeken, om hen te helpen, die na het eerste contact via
internet, gebracht moeten worden van de virtuele wereld van Cyberspace naar de christelijke gemeenschap.
In een latere fase kan internet dan ook zorgen voor verbreding en verdieping die voor evangelisering nodig zijn. Juist in een
omgeving die de christelijke levenswijze niet bevordert, is voortdurend vorming en catechese noodzakelijk; misschien is dit
een terrein waarop het internet uitstekende hulp kan bieden. Ontelbare informatie-, documentatie- en vormingsbronnen met
betrekking tot de Kerk, haar geschiedenis en traditie, haar leer en haar inzet op talrijke gebieden in alle delen van de wereld
zijn door internet reeds toegankelijk. Ongetwijfeld kan het internet niet die diepgaande godservaring vervangen, die alleen
het rechtstreekse liturgische en sacramentele kerkelijke leven bieden kan. Desondanks verleent het een unieke completering
en ondersteuning, zowel met betrekking tot de voorbereiding op de ontmoeting met Christus in de gemeenschap alsook
voor de verzorging van de nieuwe gelovigen op hun zojuist begonnen geloofsweg.
4. Toch blijken er bepaalde noodzakelijke en duidelijke vragen te liggen met betrekking tot het gebruik van internet op het
terrein van evangelisering. Het wezenlijk kenmerk van dit communicatiemiddel is de overdracht van een welhaast
grenzeloze vloed van informatie in een zeer korte tijd. Een cultuur die doordrenkt is van alles wat vergankelijk is en kort-levend, loop gemakkelijk gevaar om te geloven dat niet waarden maar feiten van doorslaggevende betekenis zijn. Het
internet draagt uitgebreide kennis over, maar het leert geen waarden; en als waarden geen aandacht meer krijgen, wordt
onze menselijke natuur zelf vernederd en verliest de mens ál te gemakkelijk zijn transcendente waarde uit het oog. Ondanks
zijn enorme positieve mogelijkheden zijn wij ons terdege bewust van de ontwaardende en schadelijke
gebruiksmogelijkheden van het internet. Ongetwijfeld behoort het tot de verantwoordelijkheid van de staat om ervoor te
zorgen dat dit uitstekende communicatiemiddel het algemeen welzijn dient en niet verwordt tot bron van gevaar.
Verder is het zo, dat internet een radicale verandering veroorzaakt in de psychologische betrekking van de menselijke
persoon tot tijd en ruimte. De aandacht gaat uit naar het tastbare, het nuttige, het onmiddellijk verkrijgbare; mogelijkerwijs
ontbreken uitnodigingen tot meditatie en reflectie. En toch heeft de mens tijd en innerlijke rust nodig om tot nadenken en
bezinning te komen van het leven en zijn geheimen, en om in staat te zijn geleidelijk te komen tot een rijpe beheersing van
zichzelf en zijn omgeving. Deze vorm van kennis en wijsheid zijn vrucht van diepgaande overweging van de wereld en
vinden hun grond niet in een opsomming van feiten, hoe interessant die ook mogen zijn. Ze zijn het gevolg van dat inzicht,
dat in de diepere betekenis van de dingen binnendringt en die beschouwd worden in hun betrekkingen op elkaar en op de
gehele werkelijkheid. Als forum waarop bijna alles acceptabel is en bijna niets van lange duur, bevordert het internet
bovendien een relativistische denkwijze; bovendien draagt zij soms bij aan de vlucht voor persoonlijke
verantwoordelijkheid en verplichting.
Hoe kunnen wij in een dergelijke context de wijsheid bevorderen, die niet alleen op informatie maar op inzicht berust, die
recht van onrecht onderscheidt en de scala van waarden ondersteunt die van deze differentiëring uitgaat.
5. Het feit dat door het internet de contacten tussen mensen vermeerderd zijn op een wijze die tot voor kort ondenkbaar was,
biedt schitterende mogelijkheden voor de verbreiding van het evangelie. Het is echter ook waar, dat betrekkingen langs
elektronische weg nooit het directe menselijke contact kunnen vervangen die voor een ware evangelisering nodig is, want
de basis van evangelisering is altijd het persoonlijke getuigenis van degene die gezonden is om te verkondigen (vgl. Rom.
14-15). Hoe kan de Kerk het contact dat door internet wordt mogelijk gemaakt, zodanig sturen dat de diepere communicatie
tot stand komt die voor de christelijke verkondiging noodzakelijk is? Hoe kunnen wij verder bouwen op het eerste contact
en de eerste informatie-uitwisseling die door het internet ontstaan?
Ongetwijfeld biedt de elektronische revolutie hoop op een veelbelovende doorbraak in de ontwikkelingslanden, maar het is
ook mogelijk dat de reeds bestaande kloof steeds dieper wordt en de achterstand in de informatie- en communicatiesector
toeneemt. Wat kan men eraan doen, opdat de revolutie op het terrein van informatie en communicatie - waarvan het internet
de drijfkracht is - de globalisering van de menselijke ontwikkeling en solidariteit dient? Dit zijn doelen die in nauw verband
staan met de evangeliseringsopdracht van de Kerk.
Staat u mij tenslotte toe in deze onrustige tijd de vraag te stellen, op welke wijze dit, oorspronkelijk voor militaire doelen
ontwikkelde, prachtige communicatiemiddel nu voor vreedzame doelen te gebruiken is. Kan het een cultuur van dialoog,
van betrokkenheid, van solidariteit en verzoening bevorderen, zonder welke de vrede niet tot stand kan worden gebracht?
De Kerk is ervan overtuigd dat deze mogelijkheid bestaat, en om dit doel te bereiken, zal zij vastberaden dit nieuwe Forum
betreden met het evangelie van Christus, de Vredevorst.
6. Miljarden beelden verschijnen via het internet op miljoenen computermonitoren overal op de planeet. Zal door dit
melkwegstelsel van beelden en geluiden het aanschijn van Christus zichtbaar en zijn stem hoorbaar worden? Pas dan,
wanneer zijn gelaat gezien en zijn stem vernomen kan worden. zal de wereld de Blijde Boodschap van de verlossing ten
deel vallen. Daarop doelt en richt zich de evangelisering. En dat is het ook, wat internet tot een waarachtig menselijk terrein
zal maken, want waar geen ruimte voor Christus is, is ook geen plaats voor de mens. Naar aanleiding van deze Werelddag
voor Sociale Communicatiemiddelen waag ik het daarom, om de gehele Kerk aan te moedigen deze nieuwe drempel
moedig te overschrijden en in de diepte van het communicatienetwerk door te dringen, zodat nu zoals in het verleden de
grote taak van de evangelisering en de met haar samenhangende cultuur "de goddelijke glans op het gelaat van Christus"
(vgl. 2Kor. 4,6) voor de wereld zichtbaar kan maken. Moge de Heer allen zegenen, die zich voor dit doel inzetten.
Uit het Vaticaan op 24 januari 2002, het feest van de heilige Franciscus van Sales.
IOANNES PAULUS II
|